Postformatie : concept blijft, beloften en invallers maakten vooruitgang

Zowel de nationale beloften -die in een aparte competitie uitkwamen- als de invallers die voor het eerst in vierde provinciale uitkwamen, hebben hun seizoen afgesloten met een degelijk klassement. Beide elftallen, onder leiding van T1 Jeffrey Vandepoel (die meestal de beloften begeleidde) als T2 Steven Verkeyn (die instond voor de reserven) eindigden in de subtop (vierde/vijfde plaats)  en de invallers haalden de eindronde waarbij ze werden uitgeschakeld, enigszins onverdiend, in een thuismatch. Het concept van de postformatie :.de spelersgroep bestond uit iets meer dan 32 of 33 spelers. De beloften speelden meestal op vrijdag(avond), de reserven soms op zaterdag of op zondag. De supervisie van de postformatie is in handen van TJVO Hans Mulier, die de hoofdverantwoordelijke is van de jeugdopleiding en de doorstroming naar de eerste ploeg.

We informeerden bij hem én bij trainer Steven Verkeyn naar de beoordeling van het concept van dit seizoen en het vervolg voor de toekomst.

Hans Mulier :”We zijn heel tevreden over het seizoen en dit concept, dat zonder twijfel wordt voorgezet. De U19 kon ons in het verleden niet overtuigen, het opstapje naar hogerop bleek te groot. Laat er geen misverstand over bestaan : de nationale beloften zijn onze tweede ploeg, de reserven onze derde ploeg. Jeffrey is onze T1, Steven T2, in de praktijk is het zo dat Jeffrey de beloften vergezeld op de matchen, Steven de reserven. Soms assisteren ze elkaar. Met het nieuwe concept hebben beide ploegen vooruitgang gemaakt. De reserven kwamen uit in een meer competitievere reeks, waarbij sommige ploegen voor meer strijd, voor klassement en premies spelen. De ganse groep traint samen, tweemaal per week, meestal met 2 groepen van 16 spelers, of zo ongeveer, zodat beide groepen dezelfde oefeningen en trainingen doen. In het weekend zijn er voor alle fitte spelers wedstrijdminuten, soms meer dan één match maar nooit twee keer 90 minuten. De vierde provinciale reeks met 16 ploegen betekende ook 30 matchen, met toch enige inzet. Met meer mannelijk voetbal, al heeft het niveau ons ook wel positief verrast. Sommige B-ploegen zorgen toch ook voor verzorgd voetbal. De nationale beloften hebben een andere kalender. Als jongens van de A-kern door één of andere reden wedstrijdminuten nodig hebben is dat altijd bij de beloften, nooit bij de reserven. Quasi alle spelers uit deze grote groep hebben zowel bij de beloften én bij de reserven gespeeld, een mix. Waren we met die invallers via de eindronde naar derde provinciale gegaan dan hadden we het concept ook niet veranderd. Al is derde provinciale op zich geen doel. Of er jongens zijn uit de beloften die naar de A-kern kunnen ? Een Milan Van De Maele trainde al regelmatig met de A-kern, mocht in de eindronde -ook al door het groot aantal afwezige kernspelers- mee naar Belisia Bilzen. Hij kan eventueel de stap zetten,w e verwachten ook wel iets van een Maxim Cornelis, maar het zijn jongens van 16 tot 18 jaar, de stap is groot. Een Renzo Gevaert heeft bijvoorbeeld even aan de eerste ploeg geroken, maar heeft een echt pechseizoen achter de rug. Hij krijgt komend seizoen de kans om zich opnieuw te bewijzen bij de beloften. We hebben geen enkele twijfel dat deze postformatie de juiste manier is om vooruitgang te boeken bij die jonge spelersgroep. Jongens die 20 jaar zijn of ouder en geen toekomst hebben naar de A-kern zullen vertrekken, het zullen er toch wel meer dan enkele zijn. Jongens die in provinciale een ploeg vinden waar ze in de eerste ploeg kunnen spelen.”

Steven Verkeyn is al even positief. “Het eerste seizoen van dit nieuwe concept is zonder meer positief, ik ben zeker dat de meeste spelers vooruitgang maakten en derhalve de ploegen ook sterker maakten. Wat de reserven betreft : die jongens kwamen voor het eerst in contact met voetbal tegen echt volwassen mannen. In andere ploegen spelen ook jonge gasten, maar bij ons zijn het enkel jonge spelers. Geen ervaren mannen zoals bij sommige tegenstanders in vierde. Volwassen voetbal met mannelijk voetbal, met tegenstanders die speelden voor een premie of met een doel. Ploegen als Varsenare en Torhout stelden meer ervaren spelers op. Al houdt Knokke B er na één seizoen in vierde provinciale al mee op. Voor KSVO was dit wel een leerrijk jaar.  Vooral op stilstaande fases betaalden we leergeld, maar al bij al hebben ze een mooi seizoen gespeeld, zeker na de korte winterbreak met op zeker moment 17 matchen zonder nederlaag. We begonnen met 9 op 30, maar nadien werd het 25 op 30 en in de laatste periode zelfs 26 op 30. Zonder meer uitstekend. Het werd een leerrijk seizoen voor zowel de beloften als voor de reserven. Jongens als Renzo Gevaert en Thibault Dejaeghere waren zes maanden of langer out, een tweetal spelers haakten af vooraleer het echte werk begon, maar uiteindelijk was de groep toch vrij groot. We hadden elk weekend 22 starters nodig voor twee ploegen en daarnaast nog eens 8 bankzitters. Dan kan het niet anders dat sommige jongens twee matchen in een weekend hadden maar er werd rekening gehouden met de speelminuten en geen overbelasting, ook met examenperiodes werd rekening gehouden. Al bij al werd minstens op maandelijkse basis overlegd met Jeffrey, ikzelf, Hans, ook met trainer Kurt Delaere en  de voorzitter. Uiteindelijk is het de bedoeling van dit concept spelers beter te maken en ik heb geen enkele twijfel dat dit niet gelukt zou zijn.”

Volgend weekend nog een evaluatie van het seizoen van de A-kern en dan zit het seizoen 22-23 er definitief af en mag de riem er af. Al ligt het werk in een voetbalvereniging nooit echt stil.

(Daniel C.).